Dag 4 : Dwarrelen
Piekerkwartier I Dwarreloefening: ochtend/middag
A) U begint met ongeveer tien minuten sterk piekeren.
B) Vervolgens beginnen we met een dwarreloefening. Voor de dwarreloefening probeert u uw gedachten leeg te maken. Wanneer u gedachten krijgt, verzet u zich er vooral niet tegen. Gedachten zijn maar gedachten. Alles wat in u opkomt accepteert u. Uw gedachten verpakt u in lichte wolkjes. U bent de lucht eromheen. Deze wolkjes laat u rustig rond dwarrelen in uw hoofd terwijl u zich concentreert op uw ademhaling. Terwijl u uitademt kunt u de wolkjes rustig wegblazen. Zo kunt u de gedachten laten komen en vervolgens weer laten gaan. Dit noemen we dwarrelen.
Tussendoor:
Wanneer u piekergedachten krijgt, stel ze uit tot het volgende piekerkwartier, klap in u handen en zeg tegen uzelf ‘stop’ of doe positief pieker oefening.
Piekerkwartier II vervolg dwarreloefening: avond
A) U begint met vijf minuten piekeren.
B) We gaan verder met de dwarreloefening van het eerste piekerkwartier. Maak uw gedachten leeg. Probeer de gedachten die u wel krijgt te verpakken in wolkjes. Bedenk dat gedachten niet de werkelijkheid zijn. Er zijn geen slechte gedachten. U hoeft gedachten niet te denken. U kunt ze ook laten voor wat ze zijn. U hoeft niet stil te staan bij uw gedachten, u kunt ze ook laten waaien. U hoeft uw gedachten niet af te maken. U hoeft geen controle over de gedachten te hebben. Ook dit noemen we gedachtendwarrel. Doe deze oefening vijf minuten.
C) Het laatste deel van het kwartier gebruikt u om het werkboek in te vullen.
’s Nachts:
Zet onder uw bed een schoenendoos of een oude rugzak neer. Iedere keer dat u wakker wordt en piekergedachten krijgt stopt u deze in uw verbeelding in de doos of in de tas. U sluit de doos of de tas af en schuift deze weer onder het bed. De volgende ochtend tijdens het piekerkwartier, kunt u ze weer tevoorschijn halen.
Noteren
Vul nu het volgende schema in: